En haar invloed op de ontwikkeling van Brabantpark
Als ik richting de Wilhelminasingel fiets word ik altijd wat nostalgisch. Je kent vast wel het monumentale pand op nummer 33. Met drie vierkante torens voorzien van puntdak. Het pand vervult nu een schoolfunctie maar het was jarenlang het grootste ziekenhuis in de regio. Het Sint Ignatiusziekenhuis, in de Bredase volksmond “Tignatius”, was wellicht één van de eerste grote bebouwingen in Brabantpark. Het heeft ongetwijfeld een belangrijke invloed gehad op het ontstaan en de ontwikkeling van de wijk. Tijd om eens verder in de geschiedenis te duiken.
Alles voor Allen
In 1819 richtten drie katholieke burgers een inrichting op voor zieken en bejaarden. Dit gebeurt onder leiding van Ludovicus Ingenhousz. Hij is de oudere broer van Jan Ingenhousz; de beroemde Bredanaar die mede-ontdekker was van de fotosynthese en samen met Benjamin Franklin experimenteerde met bliksemafleiding. Nabij de plek waar al sinds 1455 een oudemannenhuis was gevestigd, huurt Ludovicus een pand aan de Haagdijk. Het biedt plaats aan zes personen. Naarmate dit te klein wordt komen er meerdere naastgelegen panden bij. Als de dame die de zorg op zich neemt overlijdt, ontstaat er behoefte aan (katholiek) verplegend personeel. Hiervoor wordt in 1826 (nu precies 200 jaar geleden!) de congregatie “Alles voor Allen” opgericht. Deze congregatie wordt gevormd door de Zusters Franciscanessen, zo hetende omdat de Heilige Franciscus van Assisi hun spiritueel voorbeeld is. Als je nu denkt: “een congre…wattus?” Een congregatie is een Rooms-Katholieke vereniging, verbonden door eenvoudige geloften (dus geen plechtige gelofte) en is vaak gericht op apostolisch werk zoals onderwijs of ziekenverzorging.
Zusters van de congregatie Alles voor Allen in 1926 met zittend in het midden Moeder Ignatia
Bron: Ignatiusziekenhuis.nl
Prostituees naar het Gemeentelijk
De inrichting aan de Haagdijk is van particuliere aard. Bovendien willen de gelovige Zusters er geen prostituees behandelen. Om die redenen wordt er ook een gemeentelijk ziekenhuis opgericht in Breda. Allereerst aan de Nieuwe Huizen. Zo’n tien jaar later, in 1886, verhuist het naar de Schorsmolenstraat (het pand waar later lange tijd de GGD en nu Thebe Merlinde zit). Echter, de gemeente laat de verdere ziekenzorg graag in particuliere handen.
St. Elisabeth
Na de nodige verbouwingen en uitbreidingen, tot aan de Leuvenaarstraat (achter de Haagdijk), gaat de instelling vanaf 1894 het St. Elisabethgasthuis heten. In datzelfde jaar kiest de congregatie moeder Ignatia tot algemeen overste. Zij zorgt voor vele veranderingen. Er komen een klooster, een kapel en een nieuw ziekenhuis met operatiekamer bij. De Zusters zijn ook zelfvoorzienend; er is een boerderij, wasserij en werkplaats op het terrein.
Voortaan worden zieken verpleegd in het nieuw gebouwde ziekenhuis aan de Leuvenaarstraat . De bejaardenzorg blijft aan de Haagdijk, wat ook tevens het moederhuis (centrale klooster) van de Zusters vormt. De diverse panden worden voorzien van een bijna 100 meter lange gevel die het straatbeeld op de Haagdijk tot 1977 zal domineren.
Van dijk naar singel
Omdat de nieuwe bisschop Mgr. Hopmans vindt dat het ziekenhuis al niet meer aan de moderne eisen voldoet, kopen de Zusters in 1917 een stuk grond aan de Wilhelminasingel. In die tijd was deze plek vooral een moerassig gebied. Er was buiten de singel nog maar nauwelijks bebouwing.
Het ziekenhuis komt dus tegenover koepelgevangenis De Bossche Poort te liggen. Dit zorgt ervoor dat dit stukje Breda later “De Luie Hoek” werd genoemd. Want ja, buiten de singel moest men de hele dag liggen (ziekenhuis) en binnen de singel moest men ‘zitten’ (gevangenis). Deze aanduiding wordt door menig Bredanaar nog steeds gebruikt om dit gebied aan te duiden.
Het ziekenhuis wordt vernoemd naar moeder overste Maria Ignatia. Eind 1922 verhuizen de eerste zieken van de Leuvenaarstraat naar de Wilhelminasingel. In mei 1923 vindt de officiële opening plaats. In 1927 legt moeder Ignatia haar werkzaamheden neer, waarna ze in 1929 overlijdt. Ze wordt opgevolgd door zuster Maria Cherubina. In 1925 sluit het gemeentelijk ziekenhuis aan de Schorsmolenstraat, omdat prostituees voortaan ook welkom zijn voor zorg in het nieuwe Ignatiusziekenhuis, al zij het wel via een aparte ingang, wat nog tot de jaren 60 zo bleef.
Het gebouw
Vanwege de Eerste Wereldoorlog ontstond een tekort aan bouwmaterialen, waardoor er pas in 1919 werd begonnen met het bouwrijp maken van het perceel. De officiële eerste steen werd gelegd in 1920 door Moeder Ignatia. Het pand werd ontworpen door Architectenbureau Oomen uit Oosterhout en de bouw uitgevoerd door aannemer Bakkeren uit Princenhage.
Het hoofdgebouw ging bestaan uit drie vierkante paviljoens van 27 meter hoog, welke werden verbonden door lagere vleugels. Het maakte het 100 bij 80 meter grote gebouw in het verder nagenoeg lege landschap indruk. Aanvankelijk was het ontwerp voorzien van twee kruiszaal complexen en een kapel. Toen de offerte echter op 1,6 miljoen gulden uitkwam (exclusief fundering) werd besloten de zuidelijke kruiszalen en de kapel voorlopig te schrappen. De kapel werd overigens rond 1922 alsnog gebouwd op aandringen van de bisschop.
Omvang en ontwikkeling
Het nieuwe ziekenhuis heeft bij de opening 225 bedden, vier operatiekamers, een sterilisatie- en röntgenruimte. Vanaf 1929 komt daar een kraamafdeling met ‘glazen kamertje,’ voorloper van de couveuse bij. Daarnaast is er ook een kapel, een laboratorium, een eigen bakkerij, moestuin, siertuin en is er zelfs centrale verwarming en een warmwatervoorziening! In 1935 worden 3295 patiënten behandeld, die gezamenlijk goed zijn voor 55289 verpleegdagen. Gemiddeld is een patiënt in die tijd dus 16,78 dagen opgenomen in het ziekenhuis.
Eind jaren 30 wordt een losstaand paviljoen bijgebouwd ten behoeve van besmettelijke ziekten. Het gaat het St. Rochuspaviljoen heten naar de patroonheilige. Het staat dan op de plek waar nu ongeveer het gebouw van Star-SHL en de voormalige Bloedbank staat.
In 1939 wordt aan de zijde van de Ignatiusstraat een parkeerterrein, fietsenstalling en nieuwe hoofdingang gerealiseerd. Dit blijft de bezoekersingang tot 1991. Ik denk dat de meesten van mijn generatie of ouder zich vooral deze parkeerplaats en ingang zullen herinneren. Dit was ook de plek waar je bij de bloemen- of snoepgoedkraam nog snel wat kocht voor de patiënt waarbij je op bezoek ging.
De oorlogsjaren
In 1940 is het aantal bedden opgelopen tot 400. Na de invoering van het ziekenfondsbesluit tot zelfs 600. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het ziekenhuis omgedoopt tot het Sankt Ignatius Kriegslazarett en worden er gewonde Duitse soldaten verzorgd. Tijdens de Vlucht van Breda (evacuatie van de stad op 12 mei 1940) blijven de Zusters op hun post. Het zijn bange dagen, die meer in dan buiten de kelders van het ziekenhuis worden doorgebracht. Het pand komt de oorlogstijd zonder veel beschadigingen door. In 1962 wordt op het terrein een verpleegstersschool geopend, gevolgd door een negen verdiepingen tellende verpleegstersflat die vele wijkbewoners zich nog wel zullen herinneren.
De Bloedbank aan de Ignatiusstraat op de plek waar vroeger het St. Rochuspaviljoen stond 1980
Bron: Stadsarchief Breda
Ignatius met houten brug
Bron: Stadsarchief Breda a1135
Klooster Maria Mater Dei
Het moederhuis aan de Haagdijk was al voor de oorlogsjaren overbevolkt geraakt. In 1940 wordt daarom grond aangekocht voor de bouw van een nieuw moederklooster en wel aan de Brabantlaan, in de nabijheid van het St. Ignatiusziekenhuis. Ook hier gooit de oorlog roet in de bouwplannen. Intussen heeft de gemeente de plannen gewijzigd en mag er niet meer gebouwd worden op het perceel. De Zusters kopen nogmaals een stuk grond. Deze keer tussen de Verlengde Ignatiusstraat en het beekje de Molenley. In 1950 wordt begonnen met de bouw van het nieuwe klooster. Deze keer in de stijl van de Delftse school. De architect was er ook één van de architectenfamilie Oomen uit Oosterhout, zoals ook bij het Ignatius het geval was geweest. In 1953 wordt er verhuisd naar het nieuwe klooster. Het oude moederhuis aan de Haagdijk blijft in gebruik als bejaardenhuis.
In 2017 verhuizen de Zusters naar een naastgelegen pand aan de Brabantlaan. Dat pand hadden de Zusters op hun terrein laten bouwen in 1993. Het was aanvankelijk opgericht als zorgcentrum voor religieuzen, genaamd De Leystroom. Dit zorgcentrum verhuisde in 2016 naar de Lage Kant en valt tegenwoordig onder Egala Zorg. Het is niet meer exclusief voor religieuze bewoners.
Vanaf 2017 wonen de Zusters dus aan de Brabantlaan 5, samen met leden van andere ordes en congregaties. Na een grondige verbouwing is het klooster op magistrale wijze onderdeel geworden van de BUAS campus.
Van singel naar gracht
Uiteindelijk beginnen de Zusters zich eind jaren 60 als congregatie los te koppelen van het ziekenhuis en wordt het ziekenhuis een stichting. Vanaf de jaren 80 volgen diverse fusies met ziekenhuizen uit de regio. Het gebouw aan de Wilhelminasingel voldoet niet langer meer. Uiteindelijk start begin jaren 90 nieuwbouw op een nieuwe locatie. Vanaf 2001 zal het ziekenhuis aan de Molengracht verder gaan onder de naam Amphia.
Terug naar de Wilhelminasingel. Daar stond in 1991 de sloopkogel al delen van het pand neer te halen. Totdat scholengemeenschap Florijn College (voormalig St. Olof) interesse toonde. De voorgevel van St. Ignatiusziekenhuis werd gered. Daarachter werd alles gesloopt en nieuwbouw toegevoegd.
Revalidatie & Mytylschool
Vanaf 1955 verpachten de Zusters een deel van hun grond aan de Brabantlaan om daar een revalidatiecentrum en mytylschool te bouwen. De locatie naast een ziekenhuis is daarvoor ideaal. Bij de officiële opening in 1971 is Prinses Margriet aanwezig. Zowel het revalidatiecentrum als de school (weliswaar onder andere namen) bevinden zich nog steeds op deze locaties.
St. Ignatiusstraat
Toen het ziekenhuis opende bestond de Ignatiusstraat nog niet. Die straatnaam duikt op vanaf 1931 en is dus vernoemd naar het ziekenhuis. Zo lang als de straat tegenwoordig is, zo kort was hij destijds. De straat liep van het kruispunt aan de singel tot aan de Loopschansstraat, meer dan 150 meter zal het niet geweest zijn. Verder naar het oosten was er eigenlijk nog niks. In 1939 wordt de Ignatiusstraat doorgetrokken tot de volgende zijstraat, de Tuinbouwlaan, en in 1950 tot aan de Mgr. Hopmansstraat. Pas in 1967 krijgt de straat zijn verdere verloop langs het Brabantplein en met de bocht mee tot aan de Teteringsedijk.
Kleuterschool het Schalmke voor speciaal onderwijs in 1990 hier staat nu BUAS
Bron: Stadsarchief Breda
Fietsbruggetje
Ook de Nassaubrug over de singel was er nog niet. Er was wel een houten fietsbruggetje. Deze had aanvankelijk in het verlengde van de Lovensdijkstraat gelegen (de Claudius Prinsenlaan en brug bestonden ook nog niet). In 1939 werd het bruggetje verplaatst naar de Nassaustraat en vanaf 1943 werd het de St. Ignatiusbrug genoemd. In 1954 werd het gesloopt om plaats te maken voor een serieuzere brug. Een jaar later werd de Nassaubrug opgeleverd, hoewel deze in de volksmond nog steeds Ignatiusbrug wordt genoemd.
Niet voor niets
Ik ben in ieder geval blij dat de voorgevel van dit monumentale pand er nog staat. Als kleuter werden hier mijn keelamandelen geknipt, als tiener haalde ik er mijn diploma. Als volwassene vertel ik (in mijn rol als stadsgids) waarom dit stukje Brabantpark ook wel “De Luie Hoek” wordt genoemd.
Ik kan wel concluderen dat de komst van het St. Ignatiusziekenhuis en de Zusters een enorme invloed hebben gehad op de ontwikkeling van Brabantpark. De inzet van Alles voor Allen is niet voor niets geweest.
Bronnen:
amphia.nl - ignatiusziekenhuis.nl - Personeelsblad “Singel 33” - Stadsarchief Breda - De Oranjeboom - BHIC - Wierookwijwaterenworstenbrood.nl - Radhis.nl - Het geheugen van Brabant - Bisdom Breda - BN/De Stem - Erfoedweb Breda
Editie 124 - juni 2026 - geschreven door: Ilona Hufkens