Delen , , Google Plus , Pinterest ,

Afdruk

Geplaatst in:

Lemia Elhaddouti

Lemia Elhaddouti kwam als driejarig meisje naar Brabantpark. De altijd goedlachse dame die de drijvende kracht is achter het Wijkatelier liet de wijk niet meer los…en hoe! Met haar 29 lentes zet ze zich vol overgave al zeventien jaar actief in voor mensen in de wijk.

Brabantpark Nieuws nodigde haar uit voor een gesprek en stelde haar de volgende vragen;

Wat wilde je als kind worden?

“Als kind wilde ik heel graag juffrouw worden. Kindertjes wat bijbrengen leek me heel erg leuk.
Tijdens mijn stage, toevallig op mijn oude basisschool, kwam ik voor het eerst in aanraking met een probleemkindje. Ik wilde toen heel graag helpen, maar dat viel buiten mijn bevoegdheid. Het kindje werd het reguliere hulpverleningstraject in gestuurd en daar werkte het niet om een vertrouwensband op te bouwen met dit hulpbehoevende mensje. Dat frustreerde me zo ontzettend, dat ik besloot om mijn vervolgopleiding te veranderen. Ik ben toen maatschappelijk werk en dienstverlening gaan studeren, zodat ik wel kon helpen.”


Hoe ben je in het vrijwilligerswerk verzeild geraakt?

“Vrijwilliger, dat vind ik zo’n rotwoord. Het heeft zoiets vrijblijvends, zoiets van die doet het erbij. Dat klopt helemaal niet, want heel veel ‘vrijwilligers’ steken hun ziel en zaligheid er in om zaken voor elkaar te krijgen. Dat doe ik zelf en verwacht ik ergens van anderen ook. Maar goed, toen ik elf was kocht mijn vader een Commodore64 computer. Leuk, maar niemand in ons gezin wist er mee om te aan.
Als oudste zus ging ik naar een computercursus in de Poelewei.


Daar werden mijn ogen geopend, het was een andere wereld dan ik kende. De manier waarop mensen andere mensen hielpen sprak me erg aan. Het jaar daarop assisteerde ik zelf bij die computercursus. “


Hoe komt het dat je mensen zo graag wilt helpen?

“Dat is eigenlijk heel eenvoudig, het is me van huis uit meegegeven. Mijn moeder was bijvoorbeeld ongelooflijk gastvrij. Ze wilde het iedereen naar de zin maken. Ze nodigde de juffen uit en ging dan voor ze koken. Die geborgenheid en liefde heeft me gevormd tot wie ik ben. Pas later ontwikkelde zich dat zoals ik dat nu toepas. Vroeger was ik een heel timide meisje, ik durfde niet voor mezelf op te komen. Daardoor liepen mensen over me heen en liet ik me ook aan de kant zetten. Ik merkte vanuit mijn werk dat mijn eerste mening vaak heel belangrijk was. Ik kon processen goed voorspellen en leerde dat ik mijn geluid moest laten horen om het ook gedaan te krijgen. Vooral in mijn vrijwilligerswerk durfde ik dat wel toe te passen, ik kreeg daardoor steeds meer zelfvertrouwen. Nu typeren mensen mij als direct en dat klopt. Ik ben een grote flapuit, maar altijd vanuit menselijke waarden. Ik zal nooit met mijn directe, soms gevatte opmerkingen mensen kwetsen.


Ik wil ze verder helpen al is het maar een heel klein beetje.”


Om je passie hoef ik niet meer te vragen toch?

“Nee, haha, ik praat iets teveel hè.”
“Nee, dat zeg ik niet hoor. Dat is juist handig, zo’n open boek. Ik denk dat je passie mensen is toch?” “Ja, dat klopt, mensen zijn mijn passie. Hoe ze denken, hoe ze in het leven staan, wat ze kunnen en wat hun dromen zijn. En als ik ze daarbij kan helpen, dan ben ik gelukkig.”


Wat wil je met het wijkatelier bereiken?

“Ja een goede vraag, eigenlijk teveel om op te noemen. Dat is ook meteen mijn valkuil. Daarom heb ik met een aantal mensen om me heen heel duidelijk een visie geformuleerd. Wat we willen bereiken is dat we mensen een platform van kansen bieden. Of het nu gaat om begeleiding naar vast werk, het ondersteunen van kinderen en jongeren die het thuis niet makkelijk hebben of het helpen van mensen die in een sociaal isolement zitten. Mensen helpen hun dromen in kleine stapjes te verwezenlijken, dat vind ik het mooiste om te doen, zo kan ik bijdragen aan een betere wereld.”olgende vragen.